Blue Flower

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) is de naam van de werkwijze waarmee bepaald wordt hoe de coordinatie tussen hulpverleningsdiensten verloopt. In deze procedure is de centrale gedachte dat grotere incidenten anders afgehandeld moeten worden dan kleinere, omdat er meer middelen en bestuurslagen betrokken raken, er moet opgeschaald worden.

Naast de dagelijkse routine zijn er zes GRIP-fasen, namelijk GRIP 1 t/m GRIP 5 en GRIP Rijk. GRIP 5 en GRIP Rijk worden vanaf 25 april 2013 ingevoerd. Er is eerder ook al sprake geweest van een GRIP 5, welke later weer is afgeschaft.

De GRIP-fasen zijn:

FaseReikwijdte van het incident
GRIP 1 Bronbestrijding. Incident van beperkte afmetingen. Afstemming tussen de verschillende disciplines nodig.
GRIP 2 Bron- en effectbestrijding. Incident met duidelijke uitstraling naar de omgeving.
GRIP 3 Bedreiging van het welzijn van (grote groepen van) de bevolking binnen één gemeente.
GRIP 4 Gemeentegrensoverschrijdend en/of dreiging van uitbreiding en/of mogelijk schaarste aan primaire levensbehoeften of andere zaken.
GRIP 5 GRIP 4, meerdere regio's.
GRIP Rijk  Behoefte aan sturing door het Rijk in situaties waarin de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn.

GRIP 0

 

GRIP 0 - De dagelijkse routine.

Bij normale incidenten kunnen de hulpdiensten de communicatie onderling afstemmen. Als er sprake is van incidenten met een beperkte omvang, zoals een kleine brand of een niet al te ernstig ongeval, overleggen en coördineren de hulpdiensten ter plaatse hoe ze het incident gaan aanpakken. Dit overleg op de plaats van het incident wordt ook wel motorkapoverleg genoemd. Er is dan dus sprake van GRIP0, de dagelijkse routine.

grip0

GRIP 1

GRIP 01

Er is gezien de aard van het ongeval coördinatie tussen de verschillende hulpdiensten nodig. Ter plaatse wordt een Commando Plaats Incident (COPI) samengesteld uit de operationeel leidinggevenden (Officieren van Dienst) van de verschillende hulpdiensten. Het CoPI staat onder leiding van de Leider CoPI, doorgaans een Hoofdofficier van Dienst (HOvD). De burgemeester van de gemeente waar het incident is ontstaan wordt afhankelijk van de plaatselijke afspraken gewaarschuwd, naast de Regionaal Commandant van de brandweer, de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) en de Districtschef van de politie.

grip1

GRIP 2

GRIP 2

Doordat het ongeval een effect heeft op het gebied om het incident heen is verdere opschaling nodig. Er wordt een Operationeel Team (OT) ingesteld waarbij de Operationele Leider van één van de aanwezige hulpdiensten de leiding neemt over alle aanwezige disciplines; dat kan de Hoofd Officier/Commandant van Dienst van de brandweer, Commandant van Dienst van de politie of Commandant van Dienst van de GHOR zijn. Tegenwoordig is de Operationele Leider (OL) ontkleurd, dat wil zeggen dat hij/zij niet namens een dienst optreedt maar als multidisciplinair leider. Het kan dus voorkomen dat tijdens een grote brand de politie de OL levert, of bij een ordeverstoring de OL van GHOR komt. Tevens is dit de hoogste operationele opschaling, er kan nog alleen bestuurlijk opgeschaald worden. Het Regionaal Operationeel Team (ROT) komt bijeen (dit team bestaat uit functionarissen van de verschillende hulpdiensten) die de inzet van hun diensten op afstand leiden. Als dit nog niet gebeurd was wordt de burgemeester van de getroffen gemeente op de hoogte gesteld; deze kan de kernstaf van het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) laten alarmeren om hem bij te staan. De burgemeester heeft in dit stadium nog geen leidinggevende taak. Indien er behoefte is aan bestuurlijke leiding wordt opgeschaald naar GRIP 3.

Hoewel het CoPI ondergeschikt is aan het ROT, wordt doorgaans de rolverdeling toegepast dat het CoPI zich richt op de bronbestrijding en het ROT zich bezighoudt met het effectgebied.

grip2

GRIP 3

GRIP 3

Niet alleen de directe omgeving wordt beïnvloed door het incident (men spreekt in sommige gevallen van een ramp), maar een groter gebied ondervindt de gevolgen, bijvoorbeeld een (deel van een) gemeente. De burgemeester van de getroffen gemeente komt bijeen met het volledige Gemeentelijk Beleidsteam om op bestuurlijk niveau sturing te geven aan de bestrijding van de gevolgen van het incident. De Commissaris van de Koning (CdK) van de betreffende provincie wordt geïnformeerd. Tevens wordt de Minister van Binnenlandse Zaken via het Nationaal CrisisCentrum (NCC) geïnformeerd. Als er zaken door de gemeente geregeld moeten worden, zoals opvang of registratie dan wordt het Gemeentelijk Rampenmanagementteam (GRMT) bijeen geroepen.

GRIP 3 betekent niet bij voorbaat dat er sprake is van een ramp. Bij een dreiging van een ramp kan GRIP 3 uit voorzorg afgekondigd worden om de commandostructuur in te richten. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de brand in de faculteit bouwkunde van de Technische Universiteit Delft op 13 mei 2008. Omdat het pand op instorten stond ontstond het gevaar van een grote stofwolk met asbestdeeltjes.[2]

Het is ook niet zo dat een ongeval op een gemeentegrens direct GRIP 4 betekent; het effectgebied van een ongeval betreft alleen de ongevalslocatie dus er is meestal geen noodzaak voor bijvoorbeeld een Gemeentelijk Beleidsteam. Als er gevaarlijke stoffen vrijkomen bij het ongeval kan dit wel opschaling betekenen.

grip3

GRIP 4

GRIP 4

Het effectgebied van de ramp of bijvoorbeeld schaarste (stroomstoring, uitvallen waterleidingnet etc) overstijgt de grenzen van de gemeente of zelfs de veiligheidsregio of provincie. De binnen de Veiligheidsregio aangewezen burgemeester wordt gealarmeerd en wordt Coördinerend Bestuurder. Deze laat zich ondersteunen door een Regionaal Beleids Team (RBT) met daarin functionarissen van de verschillende hulpdiensten. Het Gemeentelijk Beleidsteam, dat eventueel bij opschaling naar GRIP 3 ingesteld is, wordt vervangen door het RBT. Als dit nog niet gebeurd was wordt de Commissaris van de Koning gealarmeerd die een Provinciaal Coördinatie Centrum (PCC) kan laten inrichten. Een Provinciaal Coördinatie Centrum bestaat uit ambtenaren betrokken bij rampenbestrijding en adviseert de Commissaris. Betrokken ministeries kunnen Departementale Coördinatie Centra (DCC) opzetten.

Overigens betekent, net als bij GRIP 3, deze opschaling niet dat er (al) sprake is van een ramp. Ook bij een dreigend incident, zoals een overstroming, kan GRIP 4 afgekondigd worden.

grip4

GRIP 5

GRIP 5

Vanaf 25 april 2013 werd GRIP 5 opnieuw ingevoerd. GRIP 5 komt inhoudelijk zeer overeen met GRIP 4, echter is er nu sprake van meerdere betrokken regio's. Omdat de Wet Veiligheidsregio's geen voorziening treft voor het overgaan van het gezag dienen de betrokken voorzitters hiertoe gezamenlijk te besluiten. Uitgangspunt hierbij is dat de bronregio leidend is. De voorzitter van de bronregio neemt de bevoegdheden van de overige betrokken voorzitters VR niet over. Zij nemen juist de besluiten van de bronregio over. Wanneer de bron onduidelijk is of de betrokken voorzitters hier gezamenlijk toe besluiten kan van bovenstaand uitgangspunt worden afgeweken. Het ROT in de regio waarvan de voorzitter coördineert zal ook als coördinerend ROT optreden.

GRIP RIJK

Tegelijk met GRIP 5 is op 25 april 2013 een nieuwe fase beschikbaar gekomen. GRIP Rijk wordt gebruikt als er behoefte is aan sturing door het Rijk in situaties waarin de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn. Inhoudelijk is er veel hetzelfde als GRIP 5, echter ligt het bevoegd gezag nu bij de ministers en het MCCb. De coördinatie op de meldkamer wordt overgenomen door het Nationaal CrisisCentrum (NCC).

Afschaling

Afschaling

Wanneer de bestrijding van de ramp effectief is zal steeds minder nodig zijn om de effecten te beheersen. Afhankelijk van de overgebleven effecten zal hierom op een gegeven moment afgeschaald worden naar een lagere GRIP-fase. Bijvoorbeeld bij het nablussen van een grote brand is het niet nodig dat het Gemeentelijk Beleidsteam in functie is. Ook voor de afschaling geldt dat deze niet volgordelijk hoeft te verlopen. Bijvoorbeeld als er na het nablussen wel nog afstemming moet zijn tussen hulpverleningsdiensten op bestuurlijk niveau om voor het milieu schadelijke gevolgen af te handelen. De afschaling wordt bepaald door de hoogste leidinggevende in de GRIP-structuur.

Praktijk

Praktijk

De GRIP-fasen worden vrijwel dagelijks gebruikt: een ongeval dat ernstiger is dan normaal vraagt vaak al om GRIP 1. GRIP 4 wordt maar enkele malen per jaar afgekondigd en de relatief nieuwe GRIP-fases 5 en Rijk zijn voor zover bekend nog nooit afgekondigd.